Haar adem vertraagde, alsof haar lijf iets herkende wat haar hoofd nog niet had ingehaald.
Onder haar huid begon iets te bewegen. Een warme spanning, traag maar onmiskenbaar.
Alsof een plek ergens diep in haar, slapend, opnieuw werd aangeraakt. Wakker gemaakt.
Ze stond op, geleid door een impuls die tegelijk oud en nieuw aanvoelde.
In de slaapkamer viel de middagzon over het bed.
Ze liep naar de spiegel, de lange die ze normaal ontweek.
En keek.
Ze zag zichzelf — niet zoals ze dat jarenlang haastig en functioneel had gedaan.
Maar echt.
Haar huid. Haar schouders. De zachte bolling van haar buik. De lichte, donkere blik in haar ogen.
Er lag iets onder het oppervlak dat ze herkende.
Een trilling.
Geen schaamte. Geen oordeel.
De ingang van de club baadde in rood licht.
Ze was gespannen. Niet van angst, maar van wakker bewustzijn.
Lucas had haar hand vastgehouden toen ze binnenkwamen. Geen woorden. Alleen nabijheid.
Ze stonden samen tegen een muur met een drankje en keken. Naar lichamen die zich zonder haast lieten ontdekken.
Zachte aanrakingen. Fluisterend gelach. De geur van huid, van wijn, van zweet in zijde.
En toen kwam zij aanlopen. Mooi, wiegend, zelfverzekerd.
Donker lang haar, zachte ogen, een vleug sandelhout, sierlijke tattoo in haar nek.
Ze bleef staan voor Sabine, kijkend zonder woorden. Wachtend, voelend.
Sabine voelde hoe haar borst zich verhief, haar benen zich licht aanspanden.
Ze knikte. Nauwelijks. Maar genoeg.